De darmen

Beetje bij beetje sijpelt het voedsel van de maag naar de de dunne darm. Daar wordt het overgeleverd aan verteringssappen die door de darmwand zelf geproduceerd worden - maar ook de lever en de alvleesklier storten hun sappen uit in het voorste darmdeel.

De spieren langs het darmkanaal zorgen voor golvende bewegingen, van voren naar achteren. Door deze bewegingen wordt de voedselmassa door de dunne darm geduwd. Ook helpen ze bij de afbraak in kleinere stukjes: de massa wordt doordrenkt met de verteringssappen.




Een van de belangrijkste verteringsmiddelen, de gal, is afkomstig uit de lever, een vrij groot orgaan in het lichaam van de wolf.

Bij twaalf mannelijke dieren uit Yamal North in Rusland bedroeg het gemiddelde gewicht van de lever bijna 1,2 kilo van 750 gram tot bijna 2 kilo; bij 6 vrouwelijke dieren varieerde het gewicht van bijna 700 gram tot iets meer dan 800 gram - met een gemiddelde van ongeveer 750 gram (Makridin, 1962).

De gal die geproduceerd wordt in de lever, wordt opgeslagen in de zakvormige galblaas die aan dit orgaan vastzit. Als er voedsel uit de maag vrijkomt, ledigt de galblaas zich in de dunne darm.

De gal smeert de voedselmassa en fungeert als een laxeermiddel. Het helpt om vet in kleine stukjes te breken en stimuleert de afscheiding van verteringsappen door de alvleesklier om het vet verder te verteren.

De alvleesklier voegt zijn sappen bij de gal, de vloeistoffen van de dunne darm en de voedselbrij. Deze sappen helpen bij het verteren van vet, werken ook in op zetmeel en zorgen voor de afwerking van de eiwitvertering. Alles wordt verder afgebroken tot bestanddelen, die opgenomen kunnen worden in het bloed.

Terwijl het voedsel door de hele lengte van de dunne darm schuift, die bij de wolf een lengte kan hebben van ongeveer 5 meter (Markidin, 1962), gaat de vertering door.

Gedurende de hele tijd dat er verteerd wordt, worden de eindproducten van dit proces ook meteen opgenomen in het bloed door miljoenen kleine villae aan de binnenkant van de dunne darm.

Tegen de tijd dat de voedselbrij aankomt bij het einde van de dunne darm zijn er gewoonlijk alleen nog natte plukken haren, dikke stukken vacht, tanden, stukken van de zware botten en ander onverteerbaar materiaal over.

In de dikke darm worden de restanten van de voedselbrei in het voorste gedeelte opgeslagen tot het meeste water verwijderd en opgenomen is in het bloed. Wat overblijft wordt ontlasting of poep.

Als een wolf bijna alleen puur vlees heeft gegeten met weinig onverteerbaar materiaal, is zijn ontlasting erg donker van kleur en zacht. Soms spuit het als een vloeistof naar buiten. Deze strepen hebben vlekken achtergelaten op de sneeuw rondom gedode herten en elanden.

Nadat het roedel klaar is met het vlees van het karkas wordt het onverteerbare materiaal, dat voor het grootste deel uit huid, haar en hoeven bestaat, op een speciale manier georganiseerd in de ontlasting.

Zelden steekt er een stukje bot uit de ontlasting. De botten zitten midden in de haar- en vachtresten. Zo wordt voorkomen dat de darmen doorboord worden. Vaak zit er alleen maar haar aan de buitenkant van wolvenpoep terwijl de botjes binnen in zitten.

Bron

David L Mech: The Wolf - The Ecology and Behavior of an Endangered Species.

Samenvatting: Brenda Hagel voor RawDogsCanada.